Excursie 21 mei 2005

-

Buitenplaatsen langs de Amstel

Verzamelpunt op deze zonnige dag was deze keer het Amstelstation, waarin de Foodcourt de weinige stoelen zeer snel bezet waren. De begroeting was als altijd weer hart verwarmen en er waren deze keer weer nieuwe gezichten bij. Na het koffie ritueel bestegen we de bus en voorzien van een uitstekend verzorgde informatieve brochure, hulde hiervoor, lieten we het stadslawaai achter ons en zoefden we langs de boorden van de Amstel.
Eerst wat over deze rivier. De naam komt uit het oud Nederlands “Mee stelle” en betekend watervol gebied. Officieel heet het , het Amstel – Drechtkanaal en het maakt deel uit van de waterverbinding tussen Amsterdam en Rotterdam. Het begint bij de samenkomst van de Drecht en het Aarkanaal, iets ten noord-westen van Nieuwveen. De officiële Amstel begint waar de Bullewijk aftakt. Het heeft een lengte van 18,5 km. In die monding had men een dam aangelegd waar zich het vissersdorpje Amstelredam ontwikkelde dat uitgroeide tot het stadje Amsteldam enz. Oorspronkelijk mondde het uit in het IJ, nu eindigt het op het Rokin.

Het is altijd al een druk bevaren waterweg geweest. Nu voor schepen tot 600 ton en in de toekomst voor 1000 ton. Het is op z’n breedst 90 m en vanaf het IJ kruist men 19 beweegbare bruggen en 2 vaste. In de 19e eeuw vervoerde men vooral tuinderij producten vnl. augurken nu allerhande handelsproducten enz.

In de 17e en 18e eeuw wilden de rijke burgers en patriciërs de stad met zijn stinkende grachten in de zomer ontvluchten. Men kocht daarvoor boerenhofstedes en gronden op om een buitenhuis te stichten of men voorzag de boerderijen van een herenkamer. Men vertoefde daar van mei t/m oktober want in de winter was het in de stad weer warmer dan op het platte land.

Zo ontstonden de buitenplaatsen langs o.a. de Amstel, de Vecht, het Wijkermeer en de Vliet.
Waarom langs deze wateren? Omdat het reizen langs de wegen te lang duurden en nog te gevaarlijk was daarom verkoos men de waterwegen. Men kon in de stad op het jacht stappen en voor de buitenplaats weer uitstappen.

Foto: J.H.A.M. van der Kooij

Zo lagen aan de Amstel circa 60 buitenplaatsen. Enkelen zijn er nog maar over, die wij met een bezoek zouden vereren.

Wij waren dus op weg over de dijk naar ons eerste object het particulier bewoonde Oostermeer. De bus stopte voor het monumentale hekwerk en de huidige bewoonster mevrouw Oberman liet ons binnen. Het is binnen nog vrijwel in oorspronkelijke staat, vooral de grote zaal met uitzicht op de vroeg 19e eeuwse tuin en de spiegels en het beeldstucwerk was schitterend. De eetkamer met het geschilderde behang, de fontein, eetlift, schouw, we kwamen ogen tekort. Aan de andere zijde van de gang was nog een kamer met geschilderd behang, dit was het bureau van de heer des huizes en mevrouw vertelde dat het leerbehang donkerbruin was van de rook, zij heeft het zelf geheel ontdaan van die aanslag en nu zag het er weer helder groen uit, maar het was een heel experiment.
In de grote oude keuken op de begane grond werden we van koffie of thee voorzien en daarna hadden we ruimschoots de tijd om door de tuin te dwalen. Er waren aanwezig, een romantische vijver met flamingo’s, en fontein. Diverse beelden en andere tuinelementen stonden her en der voor en tussen de heggen. Het is bijna onwerkelijk dat dit buiten met de bijgebouwen en de theekoepel ons zo is nagelaten en in stand wordt gehouden. Hulde hiervoor.

Foto: J.H.A.M. van der Kooij

Inmiddels was het lunchtijd geworden en we lieten ons vervoeren naar Ouderkerk om in het restaurant Praq, een garnalencroquette en een stuk pizza tot ons te nemen. Of een ieder hier voldoende aan had betwijfel ik ten zeerste, gezien de reacties die ik opving. Misschien moeten we daar in het vervolg wat meer duiten aan besteden. Alhoewel het is toch altijd weer een gezellig geheel dit eetgebeuren.

Na een korte wandeling en rit werden we op de oudst nog aanwezige buitenplaats Wester-Amstel ontvangen, door een  gids. Deze voerde ons langs de theekoepel die weer van een ander buiten kwam. Het was op een voet gezet om over de dijk te kunnen kijken. In de koraal stond een lui herkauwende koe en aan de rand van de tuin ontwaarden we de contouren van het oorspronkelijke veendorp Amstelveen.

Langs de geboortebomen en de visvijver ging het richting omgrachte boomgaard waar een kippenhok staat dat is gemaakt van een voormalig muziek,- pianohuisje. Weer bij het huis aangekomen namen we afscheid van gids en in de bus vertelde Hans Hageman ons het een en ander over het Huys Kostverloren.

De plaats zou nog in het land waarneembaar zijn maar dat is me ontgaan. Hoewel Rembrand naast de molen er wellicht een schets van aan het maken kon zijn, maar de tijd ontbrak om dit te controleren. Dus op richting Amstelrust. Dit wordt in de kelders bewoond door krakers, die vinden dat dit pand voor het publiek toegankelijk zou moeten zijn. Ze willen er een theetuin en tentoonstellingsruimte van maken of iets dergelijks. Dit omdat deze oase goed bereikbaar is voor de wijken van Amsterdam-zuid. De stadsdeelraad hadden ze al voor dit idee gewonnen. De stad zou het dan moeten kopen. Inmiddels is bekend dat, op 31 mei het pand is ontruimd. Wat zal er nu mee gebeuren?
Waarom werd dit gekraakt. Het pand is eigendom van een Amerikaan. Deze was van plan om in de historische tuinen een zwembad, en garages aan te leggen. De binnenzijde van het huis is strak gestuukt en de vensterbanken zijn er uit gebroken. Alles zonder respect voor het oude en de historie. En dit ook nog eens zonder medeweten van Monumentenzorg die er dus een boomstam voor staken. Dit aldus de stakers.

Vlakbij het Amstelstation in Watergraafsmeer ligt ons laatste object van deze dag, het landhuis Frankendael. In de tuinen was lang de Amsterdamse stadskwekerij gevestigd. Nu is het een openbaar park en in de stijltuin zaten jongeren op de bankjes van het schitterende weer en de beelden perkjes te genieten. Het huis ziet er wat sjofel maar het wordt weer opgeknapt en gedeeltelijk voorzien van appartementen. Poseidon en zijn vrouw voorzien nog steeds de gracht met water en de toekomst ziet er goed uit voor dit gebouw.

Bij het eindpunt aangekomen namen we weer afscheid van elkaar en een ieder ging zijns weegs. Om onze hoofdstad op deze manier te bezoeken is ons allen goed bevallen.

Foto: J.H.A.M. van der Kooij

Was u niet in de gelegenheid? Jammer het is altijd weer gezellig en leerzaam. Tot de volgende keer.

Hans Brandhorst

©2005 Kastelenstichting Holland en Zeeland