|
Excursie 23 september 2006
De “Kop van Noord-Holland” |
|
Genoeg gepreekt. Jullie willen misschien weten wat wij op het slot gedaan hebben. Wel: we werden er ontvangen met koffie (voor mij alweer de derde kop binnen drie uur) en kregen van een tweetal heren uitleg over het kasteel en zijn geschiedenis. Hierna kregen we de kans om de twee middeleeuwse ronde torens eens te bezoeken. |
|
|
Zelf begon ik met de linkertoren, waar een klein museum over de Eerste Wereld Oorlog te bezoeken was. Hierna hoopte ik nog de rechtertoren te bezoeken, die ook een museum schijnt te herbergen en ooit de foltertoren van het slot was, maar onze touring car moest alweer vertrekken: we werden voor de lunch nog verwacht in Medemblik. Rennen maar. In Medemblik gebruikten we de lunch bij restaurant “de Driemaster”, dat uitkeek op de haven van het stadje. De vierde kop koffie van de dag heb ik beleefd afgeslagen, maar er was gelukkig meer te genieten: terwijl we op broodjes kaas met gebakken ei of broodjes kroket zaten te kauwen, keek ik naar de vele zeilboten die de haven met regelmaat in- en uitvoeren. |
|
|
Om twee uur werden we verwacht in het kasteel van Medemblik (ook bekend als “Kasteel Radboud”), maar al een kwartier eerder liepen - dacht ik - de meeste van ons al in of rond het kasteel. De gids wist veel boeiends te vertellen over de tijd van de stichting van het kasteel, dat niet door de Friese koning Radboud (8ste eeuw) maar door graaf Floris V van Holland werd gebouwd (ergens tussen 1282 en 1290) om de toen onderworpen Friezen onder de duim te kunnen houden. |
|
|
Ik moet eerlijk toegeven dat ik als geboren Fransman niets wist van deze dame (een 18de-eeuwse schrijfster), maar dit museum vond ik ook zeer de moeite waard. Het huis waar het museum zetelt, blijkt de voormalige pastorie van de NH Kerk te zijn, waar Betje Wolff tijdens haar huwelijk met dominee Adrianus Wolff woonde. Alle kamers zijn ingericht met meubels en objecten uit de tijd van Betje Wolff en het geheel ademt een zeer authentieke sfeer. |
|
|
Hier geen koffie. Jammer, ik begon er weer zin in te hebben. Maar goed, de klok bleef lopen en we moesten weer huiswaarts. Eenmaal in de bus reden we nog langs drie bijzondere panden die dicht in de buurt staan: twee “herenboerderijen”, de Eenhoorn (uit 1682) en de Lepelaar (uit 1683), en tenslotte de laatst overgebleven buitenplaats in de Beemster, Rusthoven (uit 1768). De buitenplaats is particulier bewoond, dus konden we jammer genoeg niet naar binnen. Nou, en toen waren we weer terug in Haarlem. De bus stopte net voor het station. Het werd ook tijd… voor de koffie. Mathieu Fannee |
|