Excursie 23 september 2006

 

De “Kop van Noord-Holland”

Ik ben inmiddels een jaar of anderhalf lid van de Kastelenstichting Holland en Zeeland; voor mij was de excursie op 23 september naar de “Kop van Noord-Holland” de eerste.

Laat ik snel ter zake komen. Nadat het groepje deelnemers aan de excursie verzameld had in de restauratie van Station Haarlem, zetten we koers op het eerste kasteel dat we zouden gaan bezoeken: Slot Schagen.

Dit kasteel, waarvan men aanneemt dat het al rond 1400 moet zijn gesticht, kreeg zijn huidige vierkante grondplan in 1440, een paar jaar nadat Willem, een bastaardzoon van Albrecht van Beieren, door Filips de Goede ermee beleend werd.

Bijzonder aan dit kasteel is dat het voor de helft uit zeer modern muurwerk bestaat: nadat het kasteel door de nakomelingen van Willem in 1658 noodgedwongen verkocht werd, vervolgens herhaaldelijk werd verwaarloosd, om ten slotte in 1799 door Engelse troepen die er verbleven beschadigd te worden, werden de woongebouwen van het kasteel gesloopt.

Slechts de twee ronde hoektorens aan de voorzijde bleven staan… totdat na 1990 besloten werd om de verdwenen gebouwen in moderne stijl weer op te trekken, wat in 2001-2002 daadwerkelijk gebeurde.

Ik hoor vaak van mensen die Slot Schagen gekend hebben voor de herbouw dat de “ruďneuze” toestand van voorheen veel leuker was. “Je kon je fantasie erop loslaten”. Voor dit standpunt heb ik alle begrip (denk maar eens aan Brederode!), maar toch kan ik het herboren kasteel niet anders dan mooi vinden. Het oude kasteel staat er weer; en niet op een leugenachtige wijze – met nep oude gebouwen – maar met een modern ontwerp dat duidelijk herinnert aan de oorspronkelijke bebouwing en daarmee als het ware met trots een traditie doorzet!

Foto: J.H.A.M. van der Kooij

Genoeg gepreekt. Jullie willen misschien weten wat wij op het slot gedaan hebben. Wel: we werden er ontvangen met koffie (voor mij alweer de derde kop binnen drie uur) en kregen van een tweetal heren uitleg over het kasteel en zijn geschiedenis. Hierna kregen we de kans om de twee middeleeuwse ronde torens eens te bezoeken.

Foto: J.H.A.M. van der Kooij

Zelf begon ik met de linkertoren, waar een klein museum over de Eerste Wereld Oorlog te bezoeken was.

Hierna hoopte ik nog de rechtertoren te bezoeken, die ook een museum schijnt te herbergen en ooit de foltertoren van het slot was, maar onze touring car moest alweer vertrekken: we werden voor de lunch nog verwacht in Medemblik. Rennen maar.

In Medemblik gebruikten we de lunch bij restaurant “de Driemaster”, dat uitkeek op de haven van het stadje. De vierde kop koffie van de dag heb ik beleefd afgeslagen, maar er was gelukkig meer te genieten: terwijl we op broodjes kaas met gebakken ei of broodjes kroket zaten te kauwen, keek ik naar de vele zeilboten die de haven met regelmaat in- en uitvoeren.

Om twee uur werden we verwacht in het kasteel van Medemblik (ook bekend als “Kasteel Radboud”), maar al een kwartier eerder liepen - dacht ik - de meeste van ons al in of rond het kasteel. De gids wist veel boeiends te vertellen over de tijd van de stichting van het kasteel, dat niet door de Friese koning Radboud (8ste eeuw) maar door graaf Floris V van Holland werd gebouwd (ergens tussen 1282 en 1290) om de toen onderworpen Friezen onder de duim te kunnen houden.

Ook verhaalde de gids over Floris, die 30 jaar nadat zijn vader, Rooms-koning Willem II, in Friesland was omgekomen, het skelet van zijn vader terugvond en meenam om het te herbegraven. En nog veel meer.

Na een uur met de gids rondgelopen te hebben, kregen een aantal van ons nog de gelegenheid om op de weergang achter te kantelen te lopen. Slim als ik ben, zag ik dat ook pas weer toen ik gedisciplineerd naar de bus liep en even achterom keek! Maar goed.

Onze volgende afspraak was Museum Betje Wolff in Middenbeemster.

Foto: J.H.A.M. van der Kooij

 Ik moet eerlijk toegeven dat ik als geboren Fransman niets wist van deze dame (een 18de-eeuwse schrijfster), maar dit museum vond ik ook zeer de moeite waard. Het huis waar het museum zetelt, blijkt de voormalige pastorie van de NH Kerk te zijn, waar Betje Wolff tijdens haar huwelijk met dominee Adrianus Wolff woonde. Alle kamers zijn ingericht met meubels en objecten uit de tijd van Betje Wolff en het geheel ademt een zeer authentieke sfeer.

Foto: J.H.A.M. van der Kooij

Hier geen koffie. Jammer, ik begon er weer zin in te hebben. Maar goed, de klok bleef lopen en we moesten weer huiswaarts. Eenmaal in de bus reden we nog langs drie bijzondere panden die dicht in de buurt staan: twee “herenboerderijen”, de Eenhoorn (uit 1682) en de Lepelaar (uit 1683), en tenslotte de laatst overgebleven buitenplaats in de Beemster, Rusthoven (uit 1768). De buitenplaats is particulier bewoond, dus konden we jammer genoeg niet naar binnen.

Nou, en toen waren we weer terug in Haarlem. De bus stopte net voor het station. Het werd ook tijd… voor de koffie.

Mathieu Fannee

©2006 Kastelenstichting Holland en Zeeland