Excursie 10 oktober 2009

-

Vlissingen en Veere

Op weg naar ons doel werden we geplaagd door neerslag die uit het grijze wolkendek viel. Vlak voordat we op de plaats van bestemming aankwamen, kletterde het nog even goed maar in West-Souburg was het gelukkig droog. We verzamelden ons bij een witgepleisterd gebouw met daar tegenaan een bakstenen gebouw met twee schoorstenen.
Dit gebouw “Huize het Park” zouden wij van buiten en binnen gaan bewonderen. Het Wit gepleisterde gedeelte, 15e - 16e eeuw, heeft nog deel uitgemaakt van het verdwenen 15e eeuwse kasteel van St. Aldegonde.

De fundamenten van het kasteel die in 1971 aan het licht kwamen tijdens de bouw van de wijk Westerzicht zijn nu vrijwel verdwenen. De voorgevel van “Het Park” heeft in de 18e eeuw een nieuwe raamindeling en ingang gekregen.

Links naast de gevel bij het tuinpoortje is een plaquette aangebracht voorstellende Phillips van Marnix, Heer van Sint Aldegonde en West-Souburg.

Foto: Jurgen van der Kooij

Het is door de Marnixring Sas van Gent aangeboden aan de stichting Aldegonde ter herdenking van zijn 400e sterfdag in 1998.

Mevrouw Beerman opende haar voordeur en de geur van koffie kwam ons al tegemoet. We werden door de voorkamer, in het oudste gedeelte van het huis, naar de grote haard in de jongere aanbouw geleid, waar de tafel met kopjes en lekkernijen was bedekt.

Foto: Jurgen van der Kooij Na de koffie en een inleiding van de heer Ronald den Broeder, medewerker van Monumentenzorg Vlissingen, over het huis mocht de benedenverdieping van het huis bekeken worden. De binnenzijde van het huis is voornamelijk uit de 18e eeuw. In het oude huis zitten nog balkenplafonds en in de latere aanbouw zitten stucplafonds.

In de gang hangen gezichten op Vlissingen en Rotterdam en er is een mooi fonteintje. De zitkamer heeft een mooie marmeren schouw en een licht getint stucplafond met in de hoeken de vier jaargetijden.

Na het uitwisselen van geschenkjes voor de uitleg en de gastvrijheid, begaven we ons door de historiserende keuken en bijkeuken naar de tuin. Oorlogsschade uit de 2e WO aan de zijkant van de latere aanbouw was met rode steen hersteld. In de tuin staat de gerestaureerde spits van een gebouw dat zijn oorsprong heeft in Amsterdam. 

Onder het oudste gedeelte van Het Park is nog een oude kelder met tongewelf en een waterberging. Ook was er een kerker aanwezig.

Schuin tegenover “Het Park” heeft de oude 11e eeuwse kerk van Souburg gestaan die na 1832 is gesloopt. Op het overgebleven kerkhof, met nu oude overwoekerde graven, is het gedenkteken aan Marnix van St. Aldegonde geplaatst. Het is op 3 september 1872 door Antwerpenaren opgericht ter ere van “hunnen grooten Burgemeester”. De vroeger vrij staande zuil is nu geheel door bomen omgeven.

Hierna begaven we ons naar de vervoersmiddelen en gingen in optocht naar ons volgende object. Fort Rammekens, het in West-Europa oudste aanwezige fort, van oorsprong daterend uit 1547.

Foto: Jurgen van der Kooij

Overigens niet te verwarren met het, begin 17e eeuw verdwenen, kasteel Rammekens wat meer naar het westen heeft gelegen. Het fort werd in opdracht van de zus van Karel V, Maria van Hongarije gebouwd. Het ontwerp was van Peter Fransz en de Italiaan Donato de Boni. Het bestaat uit een bastion en twee halve zijbastions, aan de landzijde lag een aarden wal. Het werd gebouwd om de havens van Antwerpen en Middelburg te controleren en was ankerplaats voor de VOC schepen. Het fort is in handen geweest van de Spanjaarden, Engelsen, Fransen en Zeeuwen. In 1787 was het een hospitaal voor de wachtende schepen. In 1812 liet Napoleon de gebouwen op het middenterrein afbreken, het fort verhogen en kazematten bouwen met een dikke laag grond erop. Dit i.v.m. de toen nieuw gebruikte munitie. Aan de landzijde werd een kroonwerk aangelegd. In 1867 verloor het fort zijn functie. Voor de tweede wereld oorlog zaten er Nederlandse militairen in en de Duitsers hadden er een zoeklicht en mitrailleursnest. Daarna was het nog een champignonkwekerij. Uiteindelijk is het een natuurgebied en museum geworden.

Foto: J.C. Brandhorst

Op de parkeerplek aangekomen, konden we de op Zuid-Beveland staande kerncentrale Borsele ontwaren. Voor de mensen die wat ongerust waren vertelde de inmiddels aanwezige gids dat als het mocht ontploffen de reactor de bodem in ïmplodeerd. We hopen er maar het beste van. Elizabeth was begonnen de, door haar zelf geproduceerde, lunchpakketjes uit te delen. Deze waren smakelijk en gevarieerd samengesteld en vielen in goede aarde. Al etende volgden we de gids naar de nu om het fort gelegen dijk die deel uitmaakt van de Deltawerken. Zodoende konden we het fort van de vroegere zeezijde zien. Ook waren de oudste delen en schietgaten goed te ontwaren evenals de Napoleontische verhoging en verdere toevoegingen. De gids wist ook veel over de vegetatie te vertellen.

Uiteindelijk waren we via het kroonwerk bij de renaissance poort uitgekomen. Deze in een boog lopende poort, met wachtruimte komt uit op de binnenplaats. Hierop stonden in eerste instantie soldatenverblijven met opslaggebouwen en een commandantenhuis. Nu zagen we op deze plaats de Franse kazematten, kruitruimtes en trap naar het dak. Er zijn ook exposities, en maquettes van de verschillende fases van het fort te zien en huizen er vleermuizen. Men kon dit op gemak zelf bewonderen.

Op het dak vind men in de bepleistering o.a. de aanduiding september 1874 en op het bastion de betonnen voet van het zoeklicht en mitrailleursnest. Verder was goed de strategische ligging te zien, met van links naar rechts, Borsele, Terneuzen en Breskens. Ook was de dam te zien die na de strijd van 1944 was aangelegd, door deze dam is er nog maar ongeveer een half kroonwerk overgebleven. Weer naar de binnenplaats valt het rode dak op, naast het horeca punt. Deze dateert van na 1945 en is gebouwd voor de champignon kwekerij.

Foto: J.C. Brandhorst

Onder dit dak staat een Biber (Bever) een één mans torpedo-onderzeeër die in de laatste jaren van de oorlog door de Duitsers werd gebruikt. Aan de wand hangt de informatie over het ook in deze wateren gebruikt oorlogstuig.

Weer door de poort volgden we nog een stukje kroonwerk en kwamen we weer bij het beginpunt aan. Na het bedanken van de gids, werd de Tom-Tom ingesteld om naar de noord-zijde van Walcheren te gaan, naar het prachtige stadje Veere. Tot nu toe was het nog steeds droog.

Via Middelburg, langs de schilderachtige haven met z’n oude pakhuizen en langs de Zeeuwse weilanden, reden we de vesting binnen. Op het Oranjeplein vlakbij de Camperveerse toren, parkeerden wij en begaven we ons naar het laat gotische stadhuis. Hendrik IV van Borsele liet het bouwen tussen 1474 en 1517 door de Vlaamse bouwmeester Andries Keldermans. Vanaf het Lodewijk de XV bordes uit 1749 met de spreuk “Gehoorsaamheyt Godts en de Overheyt / Weert der menschen Ongeluck”  stond Elizabeth ons te wenken voor de rondleiding.

Het inwendige dateert grotendeels uit 1699 toen de Vierschaar en de raadzaal werden vergroot. Via de met hout betimmerde hal, betraden we de Vierschaar. In een vitrine staat de verguld zilveren beker uit 1551 die Maximilliaan van Bourgondië aan Veere schonk. De enige die nu uit de beker mag drinken is de markiezin van Veere, onze koningin. De relatie met de Oranjes bestaat al vanaf 1581. Vrouwe Justitia waakt over het geheel, boven op de gesneden bank. Verder was de ruimte voorzien van lambrisering en banken. Op een tafel lagen brandijzers en bronzen handen, deze konden, als straf, worden aangeboden in plaats van dat de hand werd afgehakt, brons was kostbaar. Boven de schouw hangt een zeegezicht met vele Hollandse schepen.

Foto: J.C. Brandhorst

Hierna bestegen we de wenteltrap  naar de trouw- raadzaal. Hier hangen schilderijen van onder andere de Oranjes, te weten de stadhouders Willem II en III, koning Willem I, koningin Juliana en andere voorstellingen. In andere zalen was een tentoonstelling over de Engelse aanval op Walcheren in de Napoleon tijd. Na dit bewonderd te hebben, nam de gids ons mee naar buiten om de gevel te verklaren.

Foto: Jurgen van der Kooij

Wat natuurlijk het eerst opvalt zijn de beelden van de van Borsele’s die de heren en vrouwen van Veere waren. De oorspronkelijke beelden uit 1517/18, zijn tijdens de restauratie van 1931/34 vervangen en staan  nu in het museum De Schotse Huizen. De enige spitsboog in de vensterpartij geeft goed aan waar vroeger de ingang heeft gezeten. Links bij de hoek is de schandsteen met daarboven de ketting met stenen die vrouwen moesten dragen als ze over de markt werden gejaagd. Achter het stadhuis staat de, tussen 1594 en 1599 gebouwde, toren met een windvaan, van ongeveer 1,50 m. breed, voorstellende een oorlogsschip met vijf vlaggen. Drie van de van Borsele’s, één van Oranje-Nassau en één van Zeeland. In de toren is een carillon met 35 klokken, 24 uit 1735 en 11 uit 1949. Verder is het stadhuis omgeven door historische huizen.

Het gezelschap begaf zich richting de haven en rechtsom naar “De Struis” en “Het lammeken”, of te wel. De Schotse Huizen.  Doordat Wolfert VI in 1444 trouwde met, de Schotse prinses, Mary Stuart werd Veere de stapelplaats voor Schotse wol. Schotse kooplieden vestigden zich in Veere. “De Struis” was een woning en kantoor van zo’n koopman. Alma Ochs liet het huis na aan Nederland in 1947 op voorwaarde dat het met “Het Lammeken” een museum zou worden voor hun collectie en exposities.

Het ging ons in eerste instantie om de originele beelden van de van Borsele’s. Deze hangen, sinds 1950,  in de beeldenzaal, de bel-etage van “Het Lammeken”. Het is kwalitatief  hoogwaardig beeldhouwwerk dat nauwelijks in ons land uit de eerste helft van de 16e eeuw is overgebleven.

Foto: Jurgen van der Kooij

De volgende heren en vrouwen van Veere maken deel uit van de beeldengroep van de stadhuisbeelden van Veere:

Hendrik II van Borsele 1409-1474
Janna van Halewijn overl. 1478
Wolfert VI van Borsele 1430-1486
Charlotte van Bourbon Montpensier overl. 1478
Philips van Bourgondië overl. 1498
Anna van Borsele 1471-1518
Adolf van Bourgondië 1489-1540

Foto: J.C. Brandhorst

Na deze pracht begaven we ons naar de Campveerse toren. Rond 1350 is de omwalling door Wolfert III  aangelegd. De 15e eeuwse toren vervangt een oudere die 50m. verderop lag. Het is het weinige wat in Veere is overgebleven. Het heeft elementen uit de Brabantse gotiek. Het is een van de oudste stadsherbergen van Nederland en werd al vermeld in 1467.
Prins Willem huwde er op 21 juni1575 Charlotte de Bourbon en op 1 september 1583 Louise de Coligny.

Aan de noordzijde van de haven stond de zustertoren, een kruittoren, deze is in 1630 door verzakking in het water gestort. Beide torens staan op het wapen van Veere. Het jaartal boven de deur, 1738, verwijst naar een restauratie en aanbouw van een vleugel op de oostelijke walmuur. In de jaren 50 van de 20e eeuw vind een restauratie plaats waarbij ook het spitse dak en de kantelen terugkwamen. In 1995 neemt de vereniging Hendrick de Keyser het gebouw over voor een symbolisch bedrag en die restaureert het weer tussen 2005 en 2007. Door de eeuwen heen hebben vele belangrijke personen in de toren tijd doorgebracht. En nu zijn wij aan de beurt.

In een zaaltje op de eerste verdieping van Auberge de Campveerse Toren, met uitzicht op de haven, plaatsten we ons aan een lange tafel waar de thee of koffie werd geserveerd.

Foto: J.C. Brandhorst

Na enige tijd kwamen de obers met etagères van drie hoog, die voorzien waren van lekkere hapjes. Onderin lagen heerlijke sandwiches, daarboven overheerlijk gebak en bovenop chocolade e.d.. Tussendoor werd nog een quiche geserveerd. Een ieder liet het zich goed smaken. Tijdens deze high tea legde, de directeur van de Stichting, Dr. Elizabeth den Hartog, met behulp van lichtbeelden, de connectie van de heren van Borsele met Veere uit. Ook vertelde zij iets over de verdwenen kastelen van de stad,  Zandenburg en Magdalon (Laterdale).

Foto: J.C. Brandhorst

Ook aan deze gezellige bijeenkomst kwam een einde. Na een hartelijk afscheid verlieten we de toren. Door de poort naar de oude haven bekeken we nog de buitenzijde met de 17e eeuwse havenhuisjes, het bastion met uitzicht op het Veerse meer en via de veersteiger bereikten we het Oranjeplein.

Langs de kust rijdende over de befaamde Deltawerken gingen we weer huiswaarts. Het was weer een uitermate interessante en vooral droge dag geweest. Jammer als u er niet bij bent geweest, misschien de volgende keer dan.

                                                                                                       Hans Brandhorst

------------------------------------------------------------------------------------

©2009 Kastelenstichting Holland en Zeeland