Excursie 9 oktober 2004

 

De Buitenplaatsen van Voorschoten

Wat is mooier om een excursie te beginnen dan met koffie in “Het eiland van ome Nick” vlak bij de grens van Leidschendam / Voorschoten en met uitzicht op de landerijen van het kasteel Duivenvoorde en natuurlijk het fantastische weer niet te vergeten. Na het openingswoordje van Mevr. de Haas en de mededeling dat er helaas enige zieken zijn, sloegen we de weg naar het kasteel in. Het imposante bouwwerk met zijn vele vensters schitterde in de zon. Na een ontvangstwoord van de beheerder werden we overgedragen aan onze gids, een dochter van de in 2003 overleden barones, die sinds enkele maanden een gedeelte van het kasteel bewoond. Diverse mooi ingerichte zalen volgde en het M.O.L. servies uit Loosdrecht werd bewonderd.

Ook de Marotzaal met zijn schilderijen en spiegels viel in de smaak.

Na deze interessante rondleiding zochten we “Het eiland” weer op, waar de gedekte tafel klaarstond en een smakelijke lunch werd geserveerd die in gezellige sfeer door het keuvelende gezelschap werd genuttigd. Hierna namen we de touringcar om een tour door Voorschoten te maken. We passeerden, ten noorden van de Veurseweg, de weg naar Ter Horst en die van het verdwenen kasteel Rosenburch dat rond 1250 is gesticht en ca. 1750 was verdwenen, sinds 1960 ligt er een begraafplaats. Ten oosten van de weg lag kasteel Roucoop of Middelgeest, dat al in de 16e eeuw bekend was en in 1738 werd afgebroken. Het logeerhuis heeft onder de naam Klein Roucoop tot voor 20 jaar nog bestaan.

Foto: J.H.A.M. van der Kooij

Even verder zette de chauffeur ons af bij de Woelwijklaan waar we na een korte wandeling de van oorsprong boerderij Woelwijk mochten bewonderen, het oudste gedeelte is de voorgevel met de blokjes versierde ontlastingsbogen boven de ramen, waar achter zich de opkamer bevind dat zeer waarschijnlijk een heren kamer was. Na 1538 werd het herbouwd, nadat Maarten van Rossem langs was geweest en wederom na 1573. In de laatste kwart van de 18de eeuw is de stal afgebroken en fungeerde het als zomerhuis voor een stadse familie.

Foto: J.H.A.M. van der Kooij

De laatste restauratie was in 1969. Na het e.e.a. van alle kanten bewonderd te hebben wandelden we de laan weer af richting hek van Bijdorp dat ook als boerderij in de 16e eeuw bekend was. De naam komt van het echtpaar Johan de Bije en Anna van Oorthoorn die het op 2 maart 1697, voor f 8.750,00 als buitenplaats kochten. Hun initialen zijn in het, door hun geplaatste hek verwerkt. Het linkerhek heeft een monogram met een vergulde 8 en het rechter hek heeft een vergulde O, ze zijn gedekt met een kroon wat op adeldom wijst. Op de vaasornamenten staan hun wapens afgebeeld links van de Bije en rechts van, van Oorthoorn. Na het hek bewonderd te hebben liepen we naar de andere ingang waar we op afstand de in 1895 gebouwde kapel in neogotiek konden ontwaren. Het huis herbergt sinds 1875 een klooster van de Congregatie van de Heilige Catharina van Siena, de vrouwelijke volgelingen van de Heilige Dominicus.

 Er was ook een Pensionaat gevestigd voor deftige jonge juffrouwen die grote bekendheid had in Nederland. Het huis werd uitgebreid met twee vleugels en door toevoeging van de kapel is de “oude zaal” nogal ingebouwd het maakt nu de korte zijde van de U vorm uit. Dat deze zaal er nog is komt doordat de laatste eigenaresse bij de verkoop o.a. de voorwaarde stelde dat de Fahrensbach-kamer of oude zaal intact zou blijven omdat de familie daar zo gelukkig geleefd had. Daardoor is het praktisch geheel in de staat van 1876 met meubelen en al. Het complex doet nu dienst als klooster verzorgingshuis.

Nadat we weer in de bus zaten en de Veurseweg opgingen passeerde we de Wijngaardenlaan waar het kasteel Ter Lips of Wijngaarden lag dat als grafelijk leen in 1389 bekend staat. Het is na 1713 gesloopt Dr. J. Renaud heeft in 1953 de fundamenten blootgelegd.

We reden verder en stapten uit bij huize Beresteyn. Hugo van Beresteyn ging er in 1830 wonen. In 1880 kocht J.M. van Kempen het huis, die ook de Zilverfabriek en Huize Berbice bezat. In 1893 vestigde H.H.G Wullings er een kostschool die op engelse leest was geschoeid. Tot 1940 bleef het een kostschool. Na de oorlog kwamen er kapucijnen in en daarna paters Montfortianen. Het bleef een Klooster tot eind 90er jaren. Op dit moment fungeert het als opvang van Poolse arbeiders die aan de Hoge Snelheids Lijn werken en we hopen op een betere toekomst voor het gebouw, dat er nu vervallen uitziet. We wandelden langs de Leidscheweg. De woonhuizen waar we langs liepen zijn gebouwd voor de werknemers van de Zilverfabriek.

In 1858 kwam de Koninklijke Nederlandse Fabriek van Gouden en Zilveren Werken in Voorschoten.

Foto: J.H.A.M. van der Kooij

In 1919 kwam een fusie tot stand met de familie Begeer en na vele ups en downs volgde eind 80er jaren een fusie met Gero waarna de locatie werd verlaten en men naar Zoetermeer verhuisde. Het gebouw bestond uit een midden risaliet met aan weerszijden 4 paar gekoppelde en 4 enkele gietijzeren rondboog vensters. Begin 20e eeuw zijn de vleugels hoger opgetrokken en v.z.v. topgevels met trappen en balustrades. De portretbuste stelt J.M. van Kempen de stichter voor. Huidige eigenaar, kledingfabrikant, Mexx heeft bij de verbouwing alleen de voorgevel gehandhaafd en het Jugendstil hek in oude glorie hersteld.

Foto: J.H.A.M. van der Kooij

Nu even verder naar Huize Berbice - Allemansgeest dat dateert van 1369 toen Ysbrant Almanz het kocht. Het werd in 1582 verwoest en werd omschreven als een verbrande woning met 8 hont land. In 1650 woonde het echtpaar Johan de Witt er. In 1822 werd het goed verdeeld en werd de boerderij Rust Wat met de theekoepel aan de vliet Allemansgeest genoemd en het grote landhuis Berbice. Deze naam is zeer waarschijnlijk afkomstig van Jhr. Goldberg die o.a bestuurder van de kolonie Berbice aan de gelijknamige rivier op de grens van Nederlands en Brits Guyana was. Het huis is sinds 1700 vrijwel onveranderd gebleven. Terwijl we door de poort liepen en achter het huis kwamen liep een klein pittig dametje van respectabele leeftijd ons tegemoet. Het bleek de huidige bewoonster Mevr. R. Begeer te zijn. Zij leidde ons door de tuin via de rozentuin naar de enige originele 17e eeuwse oranjerie in Nederland

Deze oranjerie wordt op temperatuur gehouden door de spouwmuur die gevuld is met boekweitdoppen. Mevrouw liet ons de binnenzijde bewonderen. Het wordt nog altijd gebruikt want de laurierbomen overwinteren hier. Wij vervolgde onze tocht verder door de tuin naar de mur a retranchements, deze muur heeft hoekige verspringingen op het zuiden waardoor een gunstige microklimaat ontstaat voor exotische gewassen. Weer ging het verder om het huis met onze vrolijk doorbabbelende gids, naar het hek waar het moeilijk was afscheid te nemen, maar ja we moesten verder.

Weer de bus in, de Leidscheweg af en bij Ter Wadding eruit, de naam is reeds voor het jaar 1000 bekend want er was eens een doorwaadbare plaats door de Rijn. Willem van Noord gaf het in 1768 zijn huidige vorm. Het torentje is, sinds 1860 afkomstig van Huis Adegeest. Op 5 Februari 1974 trok na restauratie de provinciale Waterstaat er in. Nu is de staat van het huis wederom bouwvallig en het staat leeg en is te koop, op voorwaarde van restauratie en het openbaar blijven van het park. Nu op naar ons laatste object. Huis Adegeest dat al voor de 10e eeuw is gesticht.
De familie van Wassenaer was eigenaar. In 1394 wordt het leenroerig aan de graaf. In 1574 werd het verwoest. Rond 1710 dook de naam weer op en in het midden van de 18e eeuw kreeg het, het karakter van een buitenplaats.

Het strekte zich uit van de Wijngaardenlaan tot Berensteyn.

Foto: J.H.A.M. van der Kooij

In 1860 werd het tot de begane grond afgebroken, en werd het als boerderij gebruikt. Het wordt nu als woonhuis gebruikt en niets wijst er op dat hier ooit een kasteelachtig huis stond. Als toetje had Mevr. de Haas nog een op een steenworp verderop gelegen oude boerderij toegevoegd, langs de Oude Adegeesterweg en het hele gezelschap bewonderde deze oude hoeve waarna men de bus weer opzocht om naar onze uitgangspositie “Het Eiland van ome Nick” te gaan. waar men de thee kon nuttigen. Zo een dag met veel indrukken was weer voorbij. Het is weer wachten op de volgende excursie in 2005. Tot ziens

Hans Brandhorst.

©2004 Kastelenstichting Holland en Zeeland