Jaarboek 2006 / 2007 - Kastelenstichting Holland en Zeeland

(last update 23-06-08)

 

Presentatie jaarboek Kastelenstichting in Middelburg

De Kastelenstichting Holland en Zeeland (KSHZ) presenteerde op vrijdag 20 juni haar jaarboek ‘Aspecten van Zeeuwse Buitenplaatsen’. Het eerste exemplaar ging naar de eigenaar van de Zeeuwse buitenplaats Mon Plaisir in Schuddebeurs, jhr. drs. D.M. Schorer, die het boek in ontvangst nam op de hoofdlocatie van de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (SCEZ) in Middelburg. Jonkheer Schorer is tevens lid van de Raad van Toezicht van de Stichting tot behoud van Particuliere Historische Buitenplaatsen en van het Platform Kastelen en Buitenplaatsen in Zeeland.

Jaarboek

‘Aspecten van Zeeuwse Buitenplaatsen’ is een initiatief van de KSHZ en is na ‘Over ambachtsheren en kasteelbergen. De geschiedenis van twee buitenplaatsen in Kloetinge’ het tweede (jaar)boek dat de Kastelenstichting geheel aan Zeeuwse kastelen en buitenplaatsen wijdt. De publicatie bestaat uit een bundel artikelen, alle van gerenommeerde auteurs, waarin de rijke buitenplaatsengeschiedenis van Zeeland in al haar facetten ruim aan bod komt. Tot de auteurs behoren onder andere emeritus hoogleraar in de Geschiedenis van de Kunstnijverheid aan de Universiteit Leiden prof. dr. C. Willemijn Fock en de conservator Kunst, Nijverheid en Historische Voorwerpen van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen drs. Katie Heyning. De inhoud is zeer divers en beslaat de hele provincie, van Zeeuws-Vlaanderen tot Schouwen-Duiveland.

In dit Jaarboek vindt de lezer een uitgebreide inleiding op het fenomeen buitenplaatsen (en kastelen) in Zeeland; monografieën over de Elderschans bij Aardenburg, het Heerenhof te Oosterland en het Walcherse buitenplaatsencluster Hoogduin; achttiende-eeuwse kasboeken als bron voor het interieuronderzoek; Petrus Hondius’ hofdicht over de Moffenschans en een onderzoek naar de aankopen in de zeventiende en achttiende eeuw voor Walcherse buitenplaatsen.

 

Thema: Aspecten van Zeeuwse Buitenplaatsen

Meer dan in weke andere Nederlandse provincie hebben de kastelen en buitenverblijven van Zeeland de tand des tijds niet doorstaan. Wie een beeld wil krijgen van hoeveel buitenplaatsen er eens zijn geweest, waar deze buitenplaatsen precies lagen, hoe ze eruitzagen en wie er woonde, is aangewezen op beschrijvingen, afbeeldingen, plattegronden en ander bronnenmateriaal. Het boek, 'Aspecten van Zeeuwse Buitenplaatsen', is geheel gewijd aan de buitenplaatsen in Zeeland, centraal staan het interieur en het dagelijkse leven op de buitenplaatsen, aspecten waaraan in andere publicaties tot nu toe niet heel veel aandacht is geweest.

Auteurs en inhoud:

Elizabeth den Hartog: Over de kastelen en buitens van Zeeland

In dit hoofdstuk verteld de auteur over de periode van de (motte) kastelen rond het jaar 1000 tot de late zestiende eeuw, toen de Opstand tegen landsheer Filips II weinig goeds bracht voor de Zeeuwse kastelen.

Na het “kastelentijdperk” deed de buitenplaats zijn intrede. Kastelen werden verbouwd tot buitenplaats en soms afgebroken om er een nieuw huis te bouwen. Andere buitens kwamen voort uit voormalige kerk- of kloosterbezittingen die als gevolg van de Reformatie in staatshanden waren overgegaan en aan particulieren werden verkocht. Weer andere ontstonden uit boerderijen en soms ontstonden ze uit voormalige blekerijen. Natuurlijk waren er ook buitens die geheel nieuw werden gesticht, als pure lustplaats om er op een prettige manier de zomers door te brengen.

In Zeeuws-Vlaanderen ontwikkelde zich een aantal buitenplaatsen op voormalige schansen iets wat we elders in ons land niet kennen.

Afbeelding: Historische Kring Bemmel

Reconstructie berg van Troje

C Willemijn Fock: Zeeuwse kasboeken in het midden van de achttiende eeuw

Kasboeken uit familiearchieven kunnen een gedetailleerd beeld geven over de bouw en inrichting  van buitenplaatsen. In dit hoofdstuk zal aan de hand van drie voorbeelden uit het midden van de achttiende eeuw, ’t Huis te Oostkapelle, de Heerenhof in Oosterland en Toornvliet te Middelburg, een gedetailleerd beeld worden geschetst  van het interieur en deels ook de inrichting die het verblijf op deze buitenplaatsen zo aantrekkelijk mogelijk moesten maken, op basis van een bewaard kasboek met eventuele aanvullende gegevens.

Foto: A. Speelman

Huis Toornvliet bij Middelburg

Katie Heyning: ‘Eindelijk vald het de Beurs te lastig’

Bijna elke buitenplaats op Walcheren werd gedurende de zeventiende en achttiende eeuw diverse malen grondig verbouwd, hiervoor moest men duidelijk over een ruime beurs beschikken. Er werd op zowel op lokale ambachtslieden als op mensen van elders een beroep gedaan maar ook voor aankopen was men niet van de lokale markt afhankelijk. Dit artikel gaat over aankopen voor Walcherse buitenplaatsen in de zeventiende en achttiende eeuw.

Betty Blikman-Ruiterkamp: De plantage van de ambachtsvrouw

 

De plantage van de ambachtsvrouw gaat over Suzanna Maria Longue, bewoonster van het Herenhof te Oosterland, aan het begin van de 18e eeuw. Er wordt ingegaan op vragen zoals: Wie was zij? Wat was haar positie? Hoe bracht zij haar tijd door? En hoe zag haar buitenplaats er uit. Deze vragen worden gedeeltelijk beantwoord doordat het familiearchief van de familie Des Tombe bewaard zijn gebleven in het Utrechts Archief.

Afbeelding: Wapiti

Willemien B. de Vries: De verloren glans van de Moffeschans

Van het zeventiende-eeuwse buitengoed ‘De Moffeschans’ is niets meer over. Er is ook geen afbeelding bekend van de eertijds zo beroemde tuin die door prins Maurits twee keer werd bezocht. Toch is het in dit boekje opgenomen, al was het maar, omdat Petrus Hondius (1578-1621), predikant te Terneuzen, er een gedicht over maakte met ruim 16000 regels.

Lilian E.L. Kusters: Hoogduin en de vervlechting van buitenplaatsen in de Manteling

afbeelding: Parc Zonnehove Inde

Het meest bijzondere aaneengesloten Walcherse buitenplaatsgebied lag in de Manteling, een natuurlijk gevormde duinrand die van Domburg naar de noordkant van Oostkapelle loopt. De buitenplaatsen Landlust, Basseliershof, Hooge Duijn en ’t Hof Duijnvliet vormden vanaf het einde van de achttiende eeuw de buitenplaats Duinvliet vanaf 1820 Hoogduin genaamd. Dit artikel beschrijft de vervlochten bewoners- en bouwgeschiedenis van deze buitenplaatsen en vertelt het verhaal van de aanleg en ontwikkeling vanaf de zestiende eeuw tot de dag van vandaag.

 

De Manteling; Detail van de kaart van de gebr. Hattinga (1750)

Ronald H.M. van Immerseel: De Elderschans bij Aardenburg


In het uiterste zuidwesten van Nederland aan de grens met België ligt tussen de Zeeuws-Vlaamse plaatsen Aardenburg en Sluis de buitenplaats Elderschans. Deze buitenplaats is in 1729 gesticht op een voormalige militaire versterking uit de Nederlandse Opstand (1568-1648). De Elderschans is de enige nog bestaande historische buitenplaats van Zeeuws-Vlaanderen.

foto: stichting particuliere historische buitenplaatsen

De Elderschans, een buitenplaats op een voormalige schans.

 

Aspecten van Zeeuwse Buitenplaatsen

Het boek is tot stand gekomen onder redactie van Elizabeth den Hartog (directeur KSHZ), drs. C.E. Heyning (Koninklijk Zeeuws Genootschap), drs. R.H.M. van Immerseel (Stichting tot het behoud van Particuliere Historische Buitenplaatsen) en ir. A. Coops (Zuid-Hollands Landschap).

De KSHZ is het Koninklijk Zeeuws Genootschap zeer erkentelijk voor het ondersteunen van de uitgave door af te zien van de vergoeding van de gebruiksrechten.

De verkoopprijs is € 17,50. (excl. verzendkosten)

Het boekje is te bestellen bij de KSHZ 

Met het uitkomen van dit boekje heeft het bestuur van de Kastelenstichting Holland en Zeeland besloten de prijzen van de meeste, eerder uitgegeven, publicaties in prijs te verlagen.

 

Bronnen:

Jaarboek 2006-2007: 'Aspecten van Zeeuwse Buitenplaatsen'

Afbeeldingen:

Reconstructie berg van Troje - Historische kring Bemmel

Huis Toornvliet bij Middelburg - Albert Speelman

Kaart van de gebr. Hattinga   - Parc Zonnehove Inde

De Elderschans - Stichting Particuliere Historische Buitenplaatsen


 

©2008 Kastelenstichting Holland en Zeeland