Over de kastelen en buitens van Zeeland

(last update 01-02-09)

Kastelen in Zeeland

Lang, heel lang geleden, was Zeeland een gebied dat zich kenmerkte door een grote dichtheid aan kastelen en andere types van adellijke behuizing. Het allereerste type burcht, het mottekasteel, was er buitengewoon goed vertegenwoordigd. De wens de eigen woning met torens, grachten en palissades of muren te versterken en zich door middel van architectuur te onderscheiden deed zich bij de Zeeuwse adel blijkbaar al heel vroeg gelden. Eén van de oorzaken van deze wildgroei aan kastelen was de strategische ligging van Zeeland, op de grens van de machtsgebieden van Holland en Vlaanderen, langs de doorvaarroutes naar Vlaanderen, waar Antwerpen, Gent en Brugge uitgroeiden tot belangrijke handelsmetropolen.

Daarbij komt dat de Zeeuwse eilanden in de Middeleeuwen van groot belang waren voor de graanproductie.

Wat betreft de stenen kastelen, die de mottekastelen in tijd opvolgden, was Zeeland met ruim 220 gebouwen rijkelijk bedeeld. Evenals bij de mottekastelen het geval was, waren er in sommige plaatsen, zoals Kapelle, zelfs meerdere kastelen, die vaak ook nog eens vrij groot waren.

Dat er zoveel kastelen waren in één plaats had ook weer te maken met het feit dat ambachten min of meer privébezit waren en in Zeeland opgesplitst werden onder alle zonen van de ambachtsheer. Zo kwamen er steeds meer ambachten en dus ook ambachtsheren. Hun grondgebiedjes werden wel steeds kleiner, zo klein dat sommige ambachtsheren hun gebied maar verkochten.

Afbeelding: Wapiti

 Een stormvloed overspoelt Saeftinghe op 1 november 1570.

De meeste kastelen zijn inmiddels verdwenen, van sommige is niet meer bekend dan dat ze bestaan hebben, van andere zijn er afbeeldingen en beschrijvingen en in het beste geval heeft er archeologisch onderzoek plaatsgehad.

Meer dan elders zal de zee bij het verdwijnen van de kastelen een beslissende factor zijn geweest. Zeeland verkeerde immers in een voortdurende strijd met het water. Hele dorpen, kastelen en kerken zijn in de loop van de tijd door de zee verzwolgen. Zo werd het kasteel van Saeftinghe begin zestiende eeuw door de Antwerpenaren geplunderd en verwoest, om nooit meer opgebouwd te worden. De ruïnes van het kasteel verdwenen langzaamaan in zee.

De late zestiende eeuw bracht weinig goeds voor de Zeeuwse kastelen. Toen in 1572 de Opstand tegen de landsheer Filips II uitbrak. De gevolgen van de Opstand waren op alle eilanden zichtbaar.

Afbeelding: Slot Souburg anno 1609

Het slot te Souburg anno 1609

Aangezien er van de Zeeuwse kastelen bijna geen middeleeuws muurwerk bewaard is gebleven, spreekt het voor zich dat er weinig bekend is over de inrichting. Tekeningen geven in enkele gevallen de lang verdwenen binnenruimten van kastelen weer, maar dat volstaat niet om een interieur te reconstrueren. Slechts in enkele uitzonderlijke gevallen zijn we door middel van archiefbronnen beter ingelicht over de grote staat die sommige edellieden in Zeeland vermochten te voeren. Het slot te Souburg moet één van de mooiste Zeeuwse kastelen zijn geweest, zeker in de periode dat Philips van Bourgondië, de latere bisschop van Utrecht, eigenaar was. Uit de boedelinventaris van Philips zelf, die na zijn dood in 1524 werd opgesteld, blijkt dat hij veel kostbaarheden, tapijten, manuscripten behield.

Buitenplaatsen in Zeeland

Gezien de kastelendichtheid kon het niet missen dat Zeeland een keur aan buitenplaatsen zou krijgen. Onder een buitenplaats verstaat men de eenheid van een historisch landhuis met de bijbehorende bijgebouwen, waterpartijen, tuin en park. Soms is een buitenplaats de kern van een uitgebreid landgoed of is er alleen maar sprake van een huis met een tuin. Evenals elders het geval was, kende Zeeland buitenplaatsen in alle soorten en maten. Met enkele uitzonderingen daargelaten, waren de Zeeuwse buitens doorgaans vrij klein.

Veel van de huizen hadden slechts een begane grond en een verdieping. Wel hadden deze buitenplaatsen dikwijls een verrassende en verfijnde geometrische tuinaanleg met vijvers, rechte paden, geschoren hagen en de nodige tuinsieraden. De verschillen in grootte hebben uiteraard te maken met de soms heel verschillende achtergronden die bij het ontstaan van de buitens een rol speelden. De grote buitenplaatsen gaan vaak terug op de vroegere kastelen die de kern vormden van een uitgebreid landgoed. Als gevolg van de Reformatie en de Opstand kwamen deze kastelen veelal in andere handen terecht, werden ze als buitenplaats in gebruik genomen en aan deze nieuwe bestemming aangepast. Sommige eigenaren volstonden met enkele ingrepen om het kasteel aan de eisen van de tijd te laten voldoen. Zo werden grotere vensters ingebroken die de interieurs van binnen verlichten en de blik naar buiten trokken, naar fraai vormgegeven tuinen en vistas. Soms verrees er ter plekke een geheel nieuw gebouw maar bleef er soms toch iets van het oude kasteel behouden, bij voorkeur één of meer torens, het symbool bij uitstek van adellijke status. Los hiervan waren torens in Zeeland altijd erg populair en ze zouden dat blijven zolang als er buitenplaatsen waren. Een mooi voorbeeld van zo'n huis met toren is Toornvliet bij Middelburg.

Tuinontwerp van Poppenroede-ambacht bij Middelburg van Daniël Rademacher

Andere buitens kwamen voort uit voormalige kerk- erf kloosterbezittingen die als gevolg van de Reformatie in staatshanden waren overgegaan en aan particulieren werden verkocht. De Munnikenhof te Grijpskerke, die in de vroege zeventiende eeuw toebehoorde aan Jacob Cats, was, zoals de naam lijkt aan te geven, van oorsprong een uithof van een klooster.

Weer andere ontstonden uit boerderijen en soms ontstonden ze uit voormalige blekerijen, de naam van de nog bestaande buitenplaats Bleykzigt herinnert nog altijd aan deze oorsprong. En natuurlijk waren er ook buitens die geheel nieuw werden gesticht, als pure lustplaats om er op een prettige manier de zomers door te brengen. In Zeeuws-Vlaanderen ontwikkelde zich een aantal buitenplaatsen op voormalige schansen, zoals de Elderschans, iets wat we elders in ons land niet kennen.

Foto: A. Speelman

De Munnikenhof te Grijpskerke

Meer dan in weke andere Nederlandse provincie hebben de kastelen en buitenverblijven van Zeeland de tand des tijds niet doorstaan. Wie een beeld wil krijgen van hoeveel buitenplaatsen er eens zijn geweest, waar deze buitenplaatsen precies lagen, hoe ze eruitzagen en wie er woonde, is aangewezen op beschrijvingen, afbeeldingen, plattegronden en ander bronnenmateriaal.

De titel van het jaarboek 2006-2007, welk  alweer het vijfde jaarboek van de KSHZ is, is: 'Aspecten van Zeeuwse Buitenplaatsen'. Het boek is geheel gewijd aan de buitenplaatsen in Zeeland, centraal staan het interieur en het dagelijkse leven op de buitenplaatsen, aspecten waaraan in andere publicaties tot nu toe niet heel veel aandacht is geweest.

Aspecten van Zeeuwse Buitenplaatsen

Het boek is tot stand gekomen onder redactie van Elizabeth den Hartog (directeur KSHZ), drs. C.E. Heyning (Koninklijk Zeeuws Genootschap), drs. R.H.M. van Immerseel (Stichting tot het behoud van Particuliere Historische Buitenplaatsen) en ir. A. Coops (Zuid-Hollands Landschap).

De KSHZ is het Koninklijk Zeeuws Genootschap zeer erkentelijk voor het ondersteunen van de uitgave door af te zien van de vergoeding van de gebruiksrechten.

 

Het boekje is te bestellen via de 

Kastelenstichting Holland en Zeeland

De verkoopprijs bedraagt € 17,50 (excl. verzending)

Bestelformulier

Bron:

'Aspecten van Zeeuwse Buitenplaatsen'

Afbeeldingen:

Stormvloed Saeftinghe - http://www.wapiti.be

 Het slot te Souburg anno 1609

Tuinontwerp van Poppenroede-ambacht - Daniël Rademacher

Munnikenhof te Grijpskerke - Albert Speelman

 

©2009 Kastelenstichting Holland en Zeeland