|
|
"Verdwenen Huysen" |
|
||
| Last update |
![]() Steenvoorde op de kaart van Jan Potter van der Loo-1569 |
01-02-11 | ||
|
HET KASTEEL STEENVOORDE |
||||
|
De naam Steenvoorde betekent letterlijk ‘Stenen
voorde’, oftewel een met stenen verstevigde doorwaadbare plaats in een
waterloop of juist een stenen huis bij zo’n doorwaadbare plaats. |
|
Tussen 1270 en 1289 vestigt meester Gerard van Leyden, klerk en secretaris van Graaf Floris V zich bij de voorde in Rijswijk en laat er zijn kasteel bouwen. Steenvoorde is een gebouw geweest van 18 m lang en 12 m breed. Het had twee verdiepingen en was omgeven door een slotgracht. Bij het huis behoorde ook een kapel die in 1498 nog wordt genoemd. Het is één van de aanzienlijkste bezittingen in het Rijswijk van de 13e eeuw geweest maar was, zeker in vergelijking met de andere drie Rijswijkse kastelen, bescheiden van omvang. Kasteel Steenvoorde wordt voor het eerst genoemd in 1289 in het testament van Gerard van Leyden. In dit testament werd vermeld dat het in zijn huis Steenvoorde in Rijswijk is opgemaakt. Gerard overlijdt één dag na het opmaken van zijn testament op Steenvoorde op 21 maart 1289. |
|
In de vroege veertiende eeuw groeide het gebied van Steenvoorde uit tot ca. 100 ha. Ongeveer de helft hiervan maakte deel uit van een omvangrijk boerenbedrijf dat zorgde voor het levensonderhoud van de heren van het huis Steenvoorde en hun gezinnen. De andere helft was ondergebracht in geestelijke stichtingen. Voormalig oprijlaan van kasteel Steenvoorde
Na het overlijden van Gerard viel het huis met de landerijen toe aan zijn oudste zoon Jan. Gerard van Leyden was niet van adellijke afkomst, Jan werd echter omstreeks 1280 in de adelstand opgenomen waardoor hij en zijn nakomelingen werden gerekend tot de edelen. |
|
Het huis Steenvoorde en de landerijen zijn, op een onbekend tijdstip, opgedragen aan de graaf van Holland en als leen terug ontvangen. Dit kan al door Gerard van Leyden zijn gedaan anders heeft zijn zoon ridder Jan van Steenvoorde dit gedaan. Als leenman van de graaf van Holland had de heer van Steenvoorde de verplichting met de graaf mee ten oorlog te trekken. In 1315 trekt hij met Willem III op een (mislukte) krijgstocht naar Vlaanderen. Als Johan de Steenvoorde is hij aanvoerder van 31 gewapende mannen.
Op 24 juli 1327 volgt Gerrit I van Steenvoorde zijn vader op als leenman van het huis Steenvoorde. Gerrit wordt, in tegenstelling tot zijn vader, niet als ridder genoemd. Hij behoort overigens wel tot het ridderschap maar is niet tot ridder geslagen. In 1346 wordt Steenvoorde, in het leenregister, omschreven als ‘de woninghe tot Steijnvoerden’ met 48,8 ha grond.
Na weken van moeizame opgravingen in 1962, door Dr. J. G. N. Renaud, de kastelen deskundige van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, werd op een diepte van ruim twee meter een gaaf stuk muurwerk gevonden. Een klein restant van wat eens een bloeiend Steenvoorde is geweest. Van de oude gracht, die rond Steenvoorde heeft gelopen, werd ook een deel teruggevonden. Helaas bleek, dat de stenen die voor de 1.20 m dikke muur waren gebruikt, ‘hergebruikt’ waren en wel in de tweede helft van 1300. Het Steenvoorde, waarvan men de resten had gevonden was dus niet het Steenvoorde, waar eens Gerard van Leyden woonde. Verondersteld wordt dat het kasteel Steenvoorde tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten toch beschadigd of verwoest is geweest. Spoedig werd het adellijke huis
weer her- of verbouwd, met gebruikmaking van materiaal van het verwoeste
huis en van de oude funderingssleuven. Sporen van een toren werden niet
gevonden. Omdat de gevonden resten direct tegen de toegangsweg tot het
opgravingsterrein liggen, kan het ook mogelijk zijn, dat de toren onder
deze weg ligt.
Tot 1483 heeft een Van Steenvoorde op het goed gewoond, toen kwam het, door het uitsterven van de adellijke familie Steenvoorde, in bezit van vermogende bestuursambtenaren en kooplieden. Deze nieuwe heren van Steenvoorde hebben niet op het huis Steenvoorde gewoond. Het is daarom zeer waarschijnlijk snel in verval geraakt.
Het goed Steenvoorde werd in
1568 door koning Filips II uit het leenverband ontslagen en verkocht. De
nieuwe eigenaar, Johan de Heuyter, gaf aan Jan Potter van der Loo, de
landmeter van Delfland, Rijnland, Voorne en Putte, opdracht zijn bezit
in kaart te brengen. Van deze kaart uit 1569 is een kopie gemaakt die in
het Museum Rijswijk wordt bewaard. De kaart toont een grote boerderij,
die waarschijnlijk was verbouwd met gebruikmaking van bouwmaterialen van
het huis Steenvoorde. Op de kaart staan nog twee kleinere gebouwen, die
voor de boerderij liggen. Het kleinste van de twee zou de kapel van het
huis Steenvoorde kunnen zijn, het andere het restant van het voormalige
huis Steenvoorde.
Wat is er met het kasteel Steenvoorde gebeurd? In 1573 bereidde Prins Willem van Oranje in Delft het ontzet van Leiden voor. Grote delen van het land kon hij onder water zetten om zijn plannen te verwezenlijken. Door het water zou eventueel nog aanwezig Spaans verzet sterk worden ondermijnd. Het water zou echter niet de hooggelegen gronden bereiken waarop o.a. Rijswijk ligt. Het is niet uitgesloten dat huis Steenvoorde in 1573 door de geuzen werd verwoest omdat het huis door de Spanjaarden zou kunnen worden gebruikt. Als de geuzen het niet gedaan hebben dan is het kort daarna alsnog afgebroken.
In 1712 geeft landmeter Cruquius
op zijn kaart van Delfland de hofstede Steenvoorde aan als een boerderij
met een grote boomgaard. Bij verkoop in 1800 bestaat de hofstede
Steenvoorde uit een boerderij met 29 morgen en 400 roe land en enkele
andere percelen. Koper wordt mr. Jacob van Vredenburch, eigenaar van de
naastgelegen buitenplaatsen Oudshoorn en Overvoorde. In 1832 is zijn
dochter Maria Adriana eigenaar en wordt het in de kadastrale gegevens ‘Nieuwvoorde’
genoemd.
|
|
Was het bezit in 1832 nog 60 ha
groot, in 1874 is er, bij verkoop, nog maar 15 ha. over waarna een
gedeelte van de boerderij wordt afgebroken. Omstreeks 1950 worden de
laatste resten van deze boerderij afgebroken.
In 1680 komt een nabijgelegen, tweede Steenvoorde voor. Dit was eerst een boerderij, maar vóór 1761 werd er een herenhuis bij gebouwd. Dit herenhuis werd in 1887 afgebroken. Deze tweede hofstede ‘Steenvoorde’ stond op het voormalige vicarieland, dat tot 1572 behoorde tot een geestelijke stichting die al door Gerard van Leyden in 1278 in het leven was geroepen. De opbrengst van dit land was bestemd voor het onderhoud van de geestelijke van de kapel van het kasteel Steenvoorde. Nu zijn er een verzorgingstehuis en een woonwijk op dit vicarieland gevestigd. Detail van de kaart van Cruquius
|
![]() |
|
Steenvoorde Een verdwenen middeleeuws kasteel, een adellijk geslacht met niet-adellijke nazaten en een Rijswijks landgoed.
Auteurs:
Harrie Salman en
Henk Steenvoorde. Verkrijgbaar bij: Museum ‘Het Tollenshuis’ te Rijswijk Boekhandel Van der Meer te Noordwijk Of via de Historische vereniging Rijswijk - secretariaat@historischeverenigingrijswijk.nl
|
|
Bronnen: Boekje Steenvoorde van Harrie Salman en Henk Steenvoorde, uitgave december 2010 Foto Oprijlaan, dhr. J.H.A.M. van der Kooij; webmaster Foto Opgraving, dhr. J. Koot; Archeoloog gemeente Rijswijk Kaart van Jan Potter van der Loo anno1569
Detail van de kaart van Cruquius anno 1712 |