|
|
"Verdwenen Huysen" |
|
||
| Last update |
![]() Huis Alkemade door A. de Haen anno 1650 |
02-10-10 | ||
|
HET SLOT OUD-ALKEMADE |
||||
|
|
|
|
Dirk bestuurde dit gebied ook, omdat hij in 1291 van graaf Floris V het recht van heerlijkheid verwierf, een vorm van rechtspraak en bestuur. Dit recht verdween pas tijdens de franse revolutie in 1795. Het geslacht van Alkemade stamde af van het oude grafelijke huis van Holland. Het wapen van Alkemade is een klimmende zwarte leeuw, met een kroon en een tong van goud, in een zilver veld. De oudste vermelding van een wapen van een Van Alkemade dateert van 1293 op het zegel van Hendrik van Alkemade. Sinds 1350 wordt de leeuw voorzien van een kroontje. |
|
|
De heerlijkheid Alkemade en het slot bleven, tot 1406, in handen van de nazaten van Dirk van Alkemade. Nadien verviel de heerlijkheid aan de grafelijkheid en ging het slot over op een andere tak van het geslacht Alkemade. Het slot raakt in verval, totdat er in 1525 nog slechts enige overblijfselen waren. De verwoesting tijdens het beleg van Leiden betekende het definitieve eind van het slot.
Detail van Alkemade op een kaart van Leiden van Frans Hogenberg en Georg Braun anno 1575 |
![]() |
|
In 1622 liet de rijke Sybrand van Alkemade uit Den Haag, met behulp van
de Warmondse timmerman Klinckenberg op de plaats van het slot nog een
ridderhofstede bouwen.
Het was een deftig herenhuis, met een slanke achtkantige toren, een
uitgebouwde vleugel aan de achtergevel en twee torentjes aan het
voorplein. Sybrand van Alkemade pretendeerde een nazaat te zijn van het adellijk geslacht Alkemade dat aan het einde van de veertiende eeuw tot armoede vervallen en uitgestorven was. |
|
|
Alkemade was een deftig herenhuis, met een slanke achtkantige toren, een uitgebouwde vleugel aan de achtergevel |
Na Sybrand's dood in 1644 ging Oud-Alkemade over op zijn zoon Johan.
Toen die in 1653 stierf werd Sybrand's kleinzoon Floris (1631-1704)
eigenaar en bewoner van het slot. In 1700 is het slot nog ingrijpend verbouwd. In 1733 gaf Floris' zoon, Floris, aan Jan Leenders Erffoort één morgen in De Kaag in leen, zoals blijkt uit een leenbrief in het oud-archief van de gemeente Alkemade. De goederen gingen verder in deze familie van vader op zoon over, tot in 1740 een schoonzoon, François Bernard Cousebant, de bezitting erfde. In 1751 werden de grondslagen gevonden van een' ouden ronden burgt, met muren van 8 voet dik, van groote steenen opgemetseld. |
|
Cornelis Christiaan Swaving koopt het slot in 1811
en hij verkoopt het in september 1823 weer, op een publieke veiling, aan
Coenraad Willem Wijborgh die het slot in 1824 laat afbreken. Op 15 maart 1825 verkoopt Coenraad Willem Wijborgh de grond met het koetshuis aan de weduwe van Jacob Bijleveld. Na de sloop was de gracht die het huis en het voorplein omgaf nog steeds aanwezig. Ook de twee torentjes, welke op de beide hoeken van het voorplein stonden, waren nog zichtbaar. Toen ook die werden afgebroken waren nog lang de fundamenten te zien. Al deze resten van Oud-Alkemade verdwenen toen het land voor de bollenteelt geschikt gemaakt werd. Tegenwoordig zijn het koetshuis, dat tot woning ingericht is, en de oprijlaan de enige tastbare herinneringen aan een kasteel met een rijke geschiedenis in het Oosteinde van Warmond. |
|
|
|
|
Bronnen: De Alkemadders, kwartaaluitgave “Stichting Oud Alkemade”, 17e jaargang nr. 3, september 1999 De Alkemadders, kwartaaluitgave “Stichting Oud Alkemade”, 21e jaargang nr. 2, nummer 82 Wandelingen van Craandijk Kastelen, Ridderhofsteden en Buitenplaatsen in Rijnland |