Beter
weer konden we niet hebben op deze late septemberdag. Het kasteel te
Woerden lag dan ook blakend in de zon. We begaven ons door de wijd
geopende poort naar de ontvangstzaal, de Beierse kamer, gelegen in het
middengedeelte van de noord vleugel, waar de geur van de dampende koffie
ons tegemoet kwam.

De hier
aanwezige sleutelstukken zijn samengesteld uit Bentheimer zandstenen
ondergedeelte en houten bovengedeelte. Enige begunstigers hadden zich al
geďnstalleerd en langzaam aan kwamen de anderen deelnemers binnen. Zo
als altijd begroette men elkaar allerhartelijkst en wisselde men weer de
laatste ervaringen uit. Na enige tijd nam Alexandre van den Berg, de
organisator van deze dag, het woord en vertelde in groter lijnen hoe de
dag verlopen zou. Daarna was het de gids die begon met het verhaal van
de geschiedenis van het kasteel.
Hij
voerde ons naar de Beierse zaal dat bedekt is door een indrukwekkend
Schenkelkap-constructie die toen vooral in kerken voorkwam. De eerste
vermelding van deze ruimte dateert uit 1462, in 1415/1416 staat ze
vermeld als mijns heeren camer en
saelcamer. Hierna vertelde hij op de binnenplaats over de later
aangebrachte vleugels, b.v. de west vleugel dateert uit ongeveer 1520,
de zuid- en de oost vleugel zijn nog later aangebracht.
Tussen
de west- en zuid vleugel door bereikten we de gewelven. Deze zijn
bijzonder omdat men overdekt bij de vier hoek torens kan komen, dit komt
in Nederlandse kastelen nauwelijks voor.
Deze gewelven waren voor de
restauratie, van 1986/1989, grotendeels ingestort en met puin gevuld. Ze
zijn uitgegraven en weer in ere hersteld. Het is goed zichtbaar waar het
oude en het nieuwe metselwerk zich bevind. Verder vielen de vele
lampnissen op en was er een gemak aanwezig. Alleen de noord vleugel
staat op het gewelf gemetseld. Hier onder waren ook cellen. Een
gerestaureerde cel heeft Jan de Bakker als logé gehad, zegt men. Het
westelijke gewelf wordt nu gebruikt als tentoonstellingsruimte en andere
als opslag van het restaurant.

Na deze
rondleiding begaven we ons naar de auto’s en namen de weg naar het dorp
Linschoten met de gelijknamige buitenplaats.
Dit
ongeveer 450 ha grote landgoed is het grootste in de randstad. Het is
sinds 1969 eigendom en in beheer van de stichting. Er worden excursies
gehouden in huis en het bos en kleinschalige concerten.
Wij
verzamelden ons op het parkeerterrein en begaven ons, over de dijk, naar
het immense mooie toegangshek uit ca. 1725 met zijn vier zuilen. Een
aantal van ons nam het pad naar de ijskelder en enkelen benaderden het
in 1638 gebouwde buiten. Het Huis Linschoten is een
omgracht huis van 18 x 20 meter. Wij zien nu het in 1720 ingrijpend
verbouwde huis, liggende in het in 1834 door J.D. Zocher ontworpen park
met links een Zocher brug.
In 1849 sterft de familie Strick van
Linschoten uit, uiteindelijk
krijgt de familie Peletier het in handen. Een kleinzoon richt de
Peletier stichting op die nog steeds voor het behoud van het landgoed
zorgt.
Omdat
het huis vanaf de 19e eeuw nauwelijks nog bewoond werd is de
inrichting nog uit die tijd. Zelfs het schilderwerk en de behangsels
zijn grotendeels nog oorspronkelijk.
Nadat
we verschillende vertrekken van de bel-etage
en de kelder
hadden
gezien, verlieten wij het goed en verzamelden we ons op het
parkeerterrein waar we door Alexandre werden voorzien van een lunch
pakket, die we lekker in het zonnetje verorberden
.
We hadden
hierna ruim de tijd om ons naar het gebouw, van de Historische
Vereniging Vleuten - De Meern – Haarzuilens, te begeven. In het houten
verenigingsgebouw stond men ons al op te wachten en nadat een ieder was
gearriveerd verhaalde men ons over de loop van de Rijn in de voor
Romeinse tijd en over de kastelen die aan deze zijde van Utrecht staan
of hadden gestaan. Dit ging gepaard met lichtbeelden.

De
kastelen die tijdens de lezing aan de orde kwamen waren: Huis Voorn,
Nyeveld, Harmelen, Den Ham, Bottestein, Zuileveld,Vleuten, Den Engh, Hof
ter Weyde, De Hoed, Den Eyck, Ter Mey en De Haar.

Op één der
afbeeldingen was ook de plaats te zien waar het Romeinse
Castellum
heeft gestaan en waar,
in 2003, een 25
meter lang schip werd opgegraven dat nu wordt geconserveerd. Het ligt in
de bedoeling om op korte termijn het castellum te herbouwen op de
oorspronkelijke plaats.
Naast
een theater en horeca krijgt
het een museale functie waarin ook de opgravingen en het schip worden
opgenomen. Het complex krijgt een houten omwalling van 6 meter hoog en
breed met 10 meter hoge torens.
Dit
Castellum Hoge Woerd moet met zo’n twee jaar gerealiseerd zijn en wordt
landelijk bekend gemaakt. Ook is men bezig om de Limes in het gebied aan
te geven.
Na deze
lezing werden de mensen die zich hadden ingezet voor deze excursie
bedankt en beloond. Jurgen van der Kooij had nog een wandeltocht van de
Voordes in Rijswijk als verrassing
voor de deelnemers, dit in
verlengde van de succesvolle Rijswijkse excursie.
Hierna kon
men nog de tentoonstelling over het castellum, met opgravingsresten,
maquettes van enkele kastelen en foto’s bewonderen. Na nog een borrel en
een gezellig samenzijn ging men voldaan en weer wat wijzer naar huis. Nu
weer wachten op het komende jaar voor de volgende bijeenkomst.
Was u er
niet bij, jammer, dan maar een volgende keer.
Hans
Brandhorst