Paviljoen kasteel Duivenvoorde

Kasteel Duivenvoorde mikt op verdubbeling van aantal bezoekers in 2026

Kasteel Duivenvoorde in Voorschoten heeft grote plannen voor de toekomst. In een kleine tien jaar wil het landgoed naar een verdubbeling van het aantal bezoekers. Dat zei de directeur vandaag bij de opening van het gloednieuwe bezoekerscentrum bij het kasteel. Nu heeft het kasteel ongeveer 25.000 bezoekers per jaar, maar dat aantal moet fors omhoog als het kasteel in 2026 maar liefst 800 jaar bestaat.  

Het nieuwe bezoekerscentrum moest niet te opvallend worden en heeft dus de uitstraling gekregen van een moderne, hippe schuur waarin veel hout verwerkt is. Daardoor past het Hof van Duyvenvoorde perfect in het landschap.

Duivenvoorde heeft oud-NOS-journaal presentatrice en fotografe Sacha de Boer uitgenodigd voor de opening van het Hof van Duivenvoorde. Eerder dit jaar maakte zij in opdracht van het kasteel foto’s van het landgoed.

Bron: Omroep West 8-9-2017
Foto: Kasteel Duivenvoorde


Opening Hof van Duivenvoorde!

Fotografe Sacha de Boer opent op 8 september het nieuwe bezoekerspaviljoen van kasteel Duivenvoorde in Voorschoten: het Hof van Duivenvoorde. Ter gelegenheid van dit bijzondere moment maakte zij een unieke fotoreportage in het 19de-eeuwse Engelse landschapspark van Duivenvoorde.  

In de Hof van Duivenvoorde, gelegen in een ommuurde boomgaard nabij het kasteel, kan het publiek terecht voor tickets & info, landgoed/museumwinkel en kwaliteitshoreca.

De Hof van Duivenvoorde vormt de kroon op het parkherstelplan dat in de periode 2011-2015 is uitgevoerd. De bouw van het bezoekerspaviljoen is een opmaat naar een toekomstbestendig Duivenvoorde dat in 2026 haar 800-jarig bestaan wil vieren en dan jaarlijks 50.000 bezoekers wil ontvangen. Vanaf de opening van de Hof van Duivenvoorde is het kasteelmuseum voortaan ook geopend op zondagmiddag.

Bron + foto: Kasteel Duivenvoorde 25-07-2017


Hof van Duivenvoorde!

De bouw van Hof van Duivenvoorde, zoals het bezoekers paviljoen gaat heten, is in volle gang. Er wordt hard gewerkt en inmiddels staat het skelet van het paviljoen al.  

Op 11 april jl. vond de ondertekening van het huurcontract tussen de directeur van Stichting Duivenvoorde en de eigenaren van Hof van Duivenvoorde BV plaats.

Hof van Duivenvoorde gaat vanaf september, naast het restaurant, de kassa- en ontvangstfunctie van het kasteel en een museum- en landgoedwinkel bevatten.

Bron + Afbeelding: Kasteel Duivenvoorde 12-04-2017


Paviljoen kasteel Duivenvoorde in september klaar

Volgende maand kan de bouw van het bezoekerspaviljoen bij Kasteel Duivenvoorde in Voorschoten beginnen. Tien jaar voorbereiding gingen eraan vooraf. Het paviljoen, dat het uiterlijk krijgt van een werkschuur, wordt de komende zes maanden gebouwd in de Leidse Tuin bij het bijna achthonderd jaar oude kasteel in Voorschoten.

Het wordt feitelijk de nieuwe ontvangstruimte van Duivenvoorde, het startpunt voor een bezoek aan het landgoed en het kasteel, waar bezoekers een kaartje kunnen kopen, iets kunnen eten en drinken en souvenirs kunnen kopen.

Het ontwerp is van 70F Architecture, er waren allerlei voorwaarden aan het ontwerp verbonden. De schuur, in dit geval het paviljoen, mocht bijvoorbeeld niet hoger zijin dan het jachtopzienershuis.

De bouw van het paviljoen is het slotstuk van een grote operatie om landgoed en kasteel Duivenvoorde een gastvrijere uitstraling te geven en zo aantrekkelijker te maken voor publiek. Die operatie begon in 2007 met het herstel van het door landschapsarchitect Zocher ontworpen Engelse landschapspark rond het kasteel, waarbij nieuwe paden werden aangelegd, wandelbruggen werden gebouwd en her en der bankjes werden neergezet. Dat werk was in september vorig jaar klaar.

Voor bouw en inrichting van het paviljoen moest de Stichting Duivenvoorde ongeveer vierhonderdduizend euro hebben. De helft daarvan komt van de provincie. Het aanschrijven van fondsen bracht nog eens 150.000 euro op. Het resterende bedrag moest de stichting ophalen bij ondernemers en particulieren. Dat dat is gelukt ziet de stichting als een grote steun in de rug.

Bron: Leidsch Dagblad; 30-1-2017