Uitnodiging Symposium 10 JAAR VKHZ

Symposium:

“Recent onderzoek naar kastelen en buitenplaatsen in Holland en Zeeland”

In het kader van haar 10-jarig bestaan organiseert de Stichting Vrienden van de Hollandse en Zeeuwse Kastelen en Buitenplaatsen (VKHZ), op 28 november a.s., een Symposium. Dit zal plaats vinden in Archeologiemuseum ‘Huis van Hilde’ te Castricum en is voor eenieder toegankelijk.
Naast lezingen van gerenommeerde sprekers is er natuurlijk koffie/thee, een gebakje en een drankje na afloop, dit alles om ons 10-jarig jubileum met U te vieren.

Het Programma:
12:30 uur – Inloop met koffie / thee en een koekje
13:00 uur – Aanvang symposium – Welkomstwoord Victor Salman, voorzitter van de VKHZ.
13:10 uur – Korte toelichting over de dag door Taco Hermans, dagvoorzitter.
13:20 uur – Introductie Huis van Hilde.
13:30 uur – Verdwenen kastelen in Noord-Holland door Jean Roefstra.
14:00 uur – De typologie van kasteel Medemblik door Rob Gruben.
14:30 uur – Herinneringen aan het buitenleven van de 19e eeuw door Conrad Gietman.
15:00 uur – Pauze met koffie / thee en een gebakje.
15:30 uur – Koepels als buitenverblijven aan de rand van de stad door Martin van den Broeke.
16:00 uur – Boeren op de buitenplaats door Gerrit van Oosterom.
16:30 uur – De industriële buitenplaats door Robert Ligthelm.
17:00 uur – Afsluiting symposium en borrel.
18:00 uur – Sluiting museum.

Boekenbeurs
Tijdens de inloop, pauze en borrel is er ook een bescheiden 2e hands boekenmarkt!
Wellicht vindt U het boek dat U altijd al zocht!
Graag enig contant geld hiervoor meenemen svp.

AANMELDEN SYMPOSIUM

Het Symposium: “Recent onderzoek naar kastelen en buitenplaatsen in Holland en Zeeland”
is voor iedereen toegankelijk, waarbij de begunstigers van de VKHZ vrij toegang hebben!
Introducés en andere belangstellenden vragen wij € 15,– voor hun deelname!
Toegang is incl. lezingen, koffie/thee, gebakje en naborrel!
Na ontvangst van uw bijdrage ontvangt U van ons een digitaal toegangsbewijs voor het Symposium
dat U, aan de zaal, uitgeprint of op uw telefoon kunt tonen!
(Op vertoon van dit toegangsbewijs krijgt U deze dag korting als U de expositie in
het museum wilt bezoeken, MJK gratis toegang tot het museum, niet tot het Symposium!)
Let op! Inschrijving sluit op 15 november 2026!

Jean Roefstra – Verdwenen kastelen in Noord-Holland
In de Middeleeuwen stonden er in Noord-Holland veel kastelen en versterkte huizen. De meeste van deze gebouwen zijn later verdwenen, maar hun sporen zijn nog altijd terug te vinden in de bodem, in het landschap en in oude bronnen. In deze lezing vertelt historisch archeoloog Jean Roefstra hoe nieuwe technieken en het herzien of uitwerken van oude opgravingen kunnen leiden tot nieuwe inzichten over deze ‘verdwenen kastelen’ aan de hand van de casus over Willem van Brederode († 1285), een van de invloedrijkste edelen van zijn tijd.

Jean Roefstra is historisch archeoloog en is werkzaam bij Huis van Hilde in Castricum, Archeologiemuseum en archeologisch depot van provincie Noord-Holland. Hij is specialist in (verdwenen) middeleeuwse kastelen en adel in Noord-Holland en deed uitgebreid onderzoek naar de Brederodes en hun rol in de regionale geschiedenis. Roefstra weet archeologische en historische gegevens te verbinden tot toegankelijke en levendige verhalen, waarin niet alleen gebouwen centraal staan, maar vooral de mensen die er leefden.

Rob Gruben – De typologie van kasteel Medemblik
Kasteel Medemblik werd met zijn vierkante aanleg en middentorens in de weermuren lange tijd aangezien als het meest volmaakte vierkante kasteel dat onder de regering van Floris V (1254-1296) tot stand kwam. Al eerder was bekend geworden dat die middentorens latere toevoegingen waren. In deze lezing maakt Rob Gruben duidelijk dat ook de aanvankelijke opzet eerder een zogenaamd “ommuur kampement” dan een werkelijk vierkant kasteel met diverse woonvleugels is geweest. Tevens brengt hij de chronologie van de diverse bouwdelen in beeld en brengt de totstandkoming daarvan in relatie met de historische ontwikkelingen in de dertiende en veertiende eeuw.
Het onderzoek naar kasteel Medemblik maakt in een breder kader deel uit van een duo-promotieonderzoek dat hij samen met Nancy de Jong-Lambregts (stadsarcheologe van Alkmaar) momenteel uitvoert naar de strategische overwegingen bij de kastelenbouwprogramma’s van Floris V en zijn vader Willem II.

Rob Gruben is bouwhistoricus en was lang werkzaam bij de afdeling Bouwhistorie, Archeologie en Monumenten van de gemeente ’s-Hertogenbosch, en daarnaast, tot voor kort, directeur van BAAC bv.

Conrad Gietman – Toen geluk niet meer gewoon was. Herinneringen aan het buitenleven van de 19e eeuw
Na 1900 werd door de adel en hogere burgerij meer en meer met weemoed teruggekeken op het “eenvoudige buitenleven” van vóór de industriële revolutie. Binnen deze kringen werden jeugdervaringen op kastelen en buitenplaatsen niet alleen in nostalgische herinneringen gekoesterd. De arcadische wereld die door de moderniteit dreigde te worden weggevaagd, moest ook in woorden en beelden worden vastgelegd. In mijn presentatie laat ik zien op welke manier aristocratische genealogen en oudheidkundigen als Jan Bijleveld, Johan Elias, Bonne van Brucken Fock en Henri van Sypesteyn hier in Holland en Zeeland vorm aan gaven.

Conrad Gietman werkt bij de NKS als coördinator van een nieuw onderzoeksproject over buitenplaatsen en koloniaal verleden. Hij studeerde geschiedenis in Utrecht en promoveerde in 2010 op een cultuurhistorische studie over de Oost-Nederlandse adel in de zestiende en zeventiende eeuw. In de jaren daarna was hij onder andere werkzaam bij de Hoge Raad van Adel, de Rijksuniversiteit Groningen en werkte hij mee aan een reeks bundels en overzichtswerken over de wereld van kastelen en buitenplaatsen in Nederland. Hij was ruim drie jaar hoofdredacteur van Het Buiten.

Martin van den Broeke – Koepels als buitenverblijven aan de rand van de stad
Onderzoek naar het buitenleven in de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw richt zich doorgaans op buitenplaatsen op het platteland, terwijl de grote aantallen pleziertuinen in de onmiddellijke nabijheid van de stad nauwelijks aandacht krijgen. Toch zijn het deze plezierplaatsen en hun koepels waarin voor velen het buitenleven zich afspeelde.
Aan de singels en uitvalswegen van menige Nederlandse stad lagen ooit grote aantallen van deze pleziertuinen, voorzien van koepels en andere gebouwen. Soms ontstonden er tuinencomplexen met hun eigen lanen, waterhuishouding en reglementen. Dit fenomeen deed zich vooral in het westen en noorden voor. Ze verdwenen in de loop van de negentiende eeuw door afbraak, onder stadsuitbreidingen, wegen en parkeerplaatsen, en zijn daardoor vrijwel onzichtbaar geworden.
Zulke pleziertuinen lagen in grote aantallen buiten de steden langs soms speciaal daarvoor aangelegde lanen. Martin van den Broeke werpt een blik op dit onderbelichte onderdeel van het buitenleven aan de rand van de stad.

Martin van den Broeke promoveerde in 2016 aan de Rijksuniversiteit Groningen op een onderzoek naar buitenplaatsen op Walcheren in de periode 1600-1820, verschenen bij Uitgeverij Verloren. Hij was medeauteur en hoofdredacteur van het boek Buitenplaatsen in het Westland, dat in 2018 verscheen (tweede druk 2020). Ook was hij samen met Wim Meulenkamp redacteur van een artikelenbundel over theekoepels, uitgegeven onder auspiciën van de DonderbergGroep, stichting voor follies, tuinsieraden en vermaaksarchitectuur. Martin is werkzaam als juridisch adviseur subsidies bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

Gerrit van Oosterom – Boeren op de buitenplaats
In de zeventiende en achttiende eeuw waren pachtboerderijen een vast onderdeel van de vele buitenplaatsen in Holland en Zeeland. Waarom was dat en welke rol speelden die boerderijen en de pachtboeren die er woonden in het buitenleven van de elite? Gerrit van Oosterom (1975) onderzocht dit onbekende aspect van het buitenleven in zijn promotieonderzoek dat in 2023 werd gepubliceerd in het prijswinnende boek Boeren op de Buitenplaats.
In zijn lezing neemt hij ons mee op een reis langs de agrarische geschiedenis van ruim honderdzestig buitenplaatsen uit het Amstelland, hun eigenaren, pachtboeren en landbezit. Naast de economische aspecten besteedt hij veel aandacht aan de manier waarop die boerderijen ruimtelijk werden ingepast op de buitenplaats, de rol van vee binnen de buitenplaatscultuur en de ideologie achter deze unieke combinatie van nut en genoegen.

Gerrit van Oosterom is landschapsarchitect en landschapshistoricus. Hij is gefascineerd door fenomenen die zich in de marge van de buitenplaatscultuur manifesteren en onderzoekt buitenplaatslandschappen op regionale schaal vanuit zijn onderzoeksbureau TIJDLAAG.

Robert Ligthelm – De industriële buitenplaats
Bij het bestuderen van de buitenplaatsen in en rond Rotterdam kwam een opmerkelijk type buitenplaats tevoorschijn. De industriële buitenplaats. Waaronder we verstaan een buitenplaats waarop commerciële activiteiten bedrijfsmatig plaatsvinden die je daar niet van nature verwacht. We rekenen hier dus niet de activiteiten onder die voortkomen uit het landbouwbedrijf dat bij de buitenplaats hoort.
Rond Rotterdam treden vooral activiteiten in het kader van de textiel verwerking op de voorgrond, hetgeen gelieerd was aan de aanwezigheid van schoon water uit de door het turfsteken ontstane veenplassen. Daarnaast waren er veel ondernemingen die zich bezighielden met de productie van verven, deels geproduceerd uit plantaardig materiaal. Er was teelt van verfplanten zoals indigo (blauw), wouw (geel) en meekrap (rood), na de oogst werden deze daarna op de buitenplaats verwerkt. Maar ook de productie van meer chemische verfstoffen zoals bijvoorbeeld loodwit had een plaats op de buitenplaats. Veel buitenplaatsen hadden molens waarin van elders aangevoerde grondstoffen zoals tabak, graan en rijst verwerkt werden. Op een aantal landgoederen werd azijn en bier geproduceerd.
Buiten Rotterdam was bekend de buitenplaats Zijdebalen aan de Vecht, waarvan de naam al aangeeft wat hier geproduceerd werd. Op meerdere buitenplaatsen vond de productie van bakstenen plaats zoals op Rodenrijs in Overschie. In Engeland waren buitens zoals Wentworth Castle en Wentworth Woodhouse waar op de buitenplaats mijnbouw verricht werd. In vogelvlucht neemt hij u mee langs een aantal van deze buitens.

Robert Ligthelm presenteerde in 2020 het boek ‘De Kralingse Buitenplaatsen’ van de zestiende tot de eenentwintigste eeuw, waarmee hij in het jaar daarna de prestigieuze sKBL-Ithakaprijs in de wacht sleepte. Het tweede deel in deze serie was, ‘Buitenplaatsen bij de Rotte’ en het derde deel in deze reeks was ‘Buitenplaatsen aan de Schie’.


Foto's gemaakt tijdens excursies van de VKHZ, door Hans Brandhorst.

10 jaar VKHZ
De VKHZ werd op 27 juni 2016 door en voor “Vrienden” van de toenmalige Kastelenstichting Holland en Zeeland (KSHZ) opgericht om de leemte, voor de begunstigers op te vullen na het opheffen van de KSHZ.


Het Symposium: “Recent onderzoek naar kastelen en buitenplaatsen in Holland en Zeeland” wordt mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van de NKS, de VKHZ is ze daar zeer erkentelijk voor!


De Symposium commissie bestaat namens de VKHZ uit:

dr. ir. Taco Hermans
drs. Hans Koot
drs. Martin van den Broecke
Jurgen van der Kooij
Leander Jansen

Archeologiemuseum ‘Huis van Hilde’

Westerplein 6 te Castricum

Het Symposium vindt plaats in de “Tribunezaal” van het Huis van Hilde, aanvang stipt om 13.00 uur.
U wordt vanaf 12.30 uur ontvangen in het “Museumcafé”.
Om het Museumcafé te bereiken neemt U (op de foto hierboven) de linker opgang, alwaar U boven ontvangen wordt met een kopje koffie en een koekje.

Mocht U voor 13.00 uur het museum zelf nog willen bezoeken (het museum is op zaterdag vanaf 11.00 uur geopend) dan krijgt U op vertoon van uw toegangsbewijs voor het Symposium, korting op uw museumbezoek! Beschikt U echter over een MJK, dan is toegang tot het museum gratis! (MJK is niet geldig voor het Symposium!)

Let op: Er is op deze dag, vanwege ons symposium, in het museum geen horeca beschikbaar!

Parkeren:
Er is genoeg parkeerruimte voor de deur van het Huis van Hilde, Westerplein 6 te Castricum, inclusief mindervalidenplaatsen.

Met het O.V.:
Huis van Hilde ligt aan de achterzijde van NS-station Castricum en een bushalte op loopafstand.


Het Symposium: “Recent onderzoek naar kastelen en buitenplaatsen in Holland en Zeeland”
is voor iedereen toegankelijk, waarbij de begunstigers van de VKHZ vrij toegang hebben!
Introducés en andere belangstellenden vragen wij € 15,– voor hun deelname!
Toegang is incl. lezingen, koffie/thee, gebakje en naborrel!
Na ontvangst van uw bijdrage ontvangt U van ons een digitaal toegangsbewijs voor het Symposium
dat U, aan de zaal, uitgeprint of op uw telefoon kunt tonen!

AANMELDEN SYMPOSIUM

Let op! Inschrijving sluit op 15 november 2026!